Zijn (nog) niet wetenschappelijk bewezen geneesmiddelen en methoden (bijvoorbeeld homeopathie) per definitie waardeloos voor de wetenschap of kunnen zij toch een rol vervullen binnen de medische wetenschap?

De werking van medicijnen wordt uitvoerig getest op grote groepen mensen. Pas als ze bewezen veilig en effectief zijn, komen ze op de markt. De werking van een medicijn is echter niet voor iedereen gelijk. Zo zijn er, bijvoorbeeld, reguliere middelen voor de behandeling van een koortslip die mij volstrekt niet helpen, terwijl een homeopathisch alternatief mij wel helpt. Dit kan twee dingen betekenen, ofwel dat het middel nog niet voldoende onderzocht is ofwel dat het werkzaam is voor een (relatief) beperkte groep mensen, die er desondanks zeer mee geholpen kan zijn. Doorgaans worden niet (voor grote groepen) bewezen middelen en methoden echter in een zeer negatief daglicht geplaatst: het zou kwakzalverij, pseudo-wetenschap zijn e.d. Ook wordt een eventueel effect van niet bewezen middelen graag toegeschreven aan het placebo effect, terwijl dit effect uiteraard bij ieder geneesmiddel een rol speelt. Is er binnen de medische wetenschap/praktijk ruimte om waarde toe te kennen aan geneesmiddelen (zowel regulier als alternatief!) die voor beperkte groepen mensen werkzaam zijn? Als een middel bij 40% van de bevolking werkzaam en effectief is, wordt dit middel dan afgeserveerd of zijn er toch mogelijkheden om de waarde ervan te erkennen of zou die mogelijkheid er moeten komen?