Zijn nationale deelnemingsvormen bruikbaar om politieke en militaire leiders strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor internationale misdrijven?

Internationale strafhoven richten zich primair op het berechten van hooggeplaatste politieke en militaire figuren. Omdat deze figuren doorgaans ver verwijderd zijn van (de feitelijke plegers van) internationale misdrijven is hun strafrechtelijke aansprakelijkheid gebaseerd op complexe aansprakelijkheidsconcepten die de politieke en militairen leiders in verband brengen met de gepleegde misdrijven. De afgelopen jaren is er door juristen veel gediscussieerd over de aansprakelijkheidsconcepten die de internationale strafhoven gebruiken. Enerzijds, wordt betoogd dat deze aansprakelijkheidsconcepten afbreuk doen aan eeuwenoude fundamentele rechtsbeginselen, zoals individuele aansprakelijkheid en persoonlijke schuld. Anderzijds, wordt erkend dat de specifieke aard van internationale misdrijven een innovatieve aanpak vereist waarin een andere invulling mag worden gegeven een bestaande nationale rechtsbeginselen. Na jaren van debat bestaat er behoefte aan duidelijkheid over deze kwestie. Daarbij moet onder andere worden nagedacht over vragen als: welke aansprakelijkheidsconcepten gebruiken nationale rechtbanken in zaken betreffende georganiseerde criminaliteit?; zijn deze aansprakelijkheidsconcepten geschikt voor het vaststellen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van politieke en militaire leiders voor internationale misdrijven?; zijn internationale misdrijven dermate anders dan reguliere misdrijven dat afwijkende aansprakelijkheidsconcepten gewenst zijn?; indien afwijkende concepten nodig zijn, in hoeverre mogen deze dan afdoen aan bestaande rechtsbeginselen, zoals persoonlijke schuld en individuele aansprakelijkheid?