Wie waren de arbeiders, die in de 19e eeuw het Noordzeekanaal en het Noordhollands Kanaal groeven werd er gekort op hun schamele loon als zij liefdadigheid ontvingen van hun kerkgenootschap?

In de 19e eeuw werden het Noordzeekanaal (en het Noordhollands Kanaal?) met de hand uitgegraven door arbeiders, die noodgedwongen in zelfgebouwde plaggenhutten en zelfgegraven kuilen in de grond moesten wonen met hun gezinnen, "naast de route". Er werd geen enkele vorm van huisvesting voor hen gebouwd. Zij kregen enkel steun van een Rode Onderwijzer, een socialist of communist, die hun kinderen onderwijs gaf en hen steunde bij hun protesten tegen hun rechteloosheid en ontberingen. Soms kwamen ze in opstand en gingen in staking. Tegelijkertijd was het in de 19e eeuw in Amsterdam nog gebruikelijk, dat mensen, die liefdadigheid ontvingen van hun eigen geloofsgemeenschap, gekort werden op het loon voor hun arbeid door hun werkgevers. Als ze toch al sociale steun ontvingen, hadden ze minder loon nodig van hun werkgever voor de voorziening in hun levensonderhoud, was de redenering toen. Is daar onderzoek naar gedaan? Wie waren de kanaalgravers, kent men hun identiteit, zijn er loonlijsten met hun naam? Werd er ook op hun schamele loon gekort, als zij liefdadigheid ontvingen van hun kerk of misschien ook van een synagoge (Amsterdam) in het geval van joodse werkers? Waren er veel Amsterdammers onder, misschien ook uit het joodse proletariaat?