Welke vormen van globale cultuuroverdracht en -transformatie hebben door de geschiedenis heen geleid tot convergentie, homogenisering en verlies aan variatie, en welke genereren juist grotere diversiteit en/of conflict?

Recente processen van globalisering hebben geleid tot het besef dat mensen altijd over grote afstanden hebben gecommuniceerd, van het verspreiding van onze voorouders vanuit het Afrikaanse continent tot aan de hedendaagse high-speed finance. Globalisering betekent convergentie én divergentie: aan de ene kant zien we vandaag de dag globale homogenisering, het ontstaan van internationale instituties en conflictbeheersing, en verlies aan culturele diversiteit, maar aan de andere kant leidt dat zelfs in een klein land als Nederland tot grotere differentiatie en meer conflict (met Friezen, tegenstanders van Zwarte Piet, of moslims), laat staan op wereldschaal. Multidisciplinair onderzoek naar talen en culturen, sociale verhoudingen en materiële cultuur in heden en verleden laat steeds vaker zien dat Westerse modellen op wereldschaal niet langer als het enige eindpunt en oplossing worden gezien, en dat in de wereldgeschiedenis slechts op korte termijn hebben gedaan. Als een multipolair globaal perspectief op sociale en culturele verschillen al noodzakelijk is voor de interpretatie van stemgedrag in de Haagse Schilderswijk, geldt dat nog veel harder voor het begrijpen van de menselijke geschiedenis vóórdat Nederland zelfs maar bewoonbaar was. De wetenschappelijke modellen daarvoor zijn echter onderontwikkeld door de lange nadruk op het Westen als model.