Welke resultaten van communicatiekundig (en bij uitbreiding sociaal-psychologisch) experimenteel experimenteel onderzoek kunnen verantwoord geëxtrapoleerd worden naar echt bestaande communicatiesituaties?

Veel communicatiekundig onderzoek is gericht op empirische fundering voor tekstadviezen. Het meeste onderzoek gebeurt met experimenten waarin de proefpersonen een tekst met gemanipuleerde kenmerken moeten verwerken en beoordelen, terwijl zij niet de bedoelde ontvangers zijn. Heel af en toe vindt er ook veldonderzoek plaats waarin de deelnemers wel de echte ontvangers zijn. Voor zover ik het kan overzien, levert de vergelijking van de uitkomsten van deze twee typen onderzoek heel wisselende resultaten op. Het voorstel beoogt in de eerste plaats te achterhalen hoe dat komt, en in de tweede plaats te komen tot inzicht in het soort te onderzoeken tekstkenmerken en andere verschijnselen dat zich leent voor experimenteel onderzoek dat verantwoord geëxtrapoleerd kan worden. Ik denk dat door de populariteit van elektronische communicatiemiddelen de tijd voor dit soort onderzoek rijp is, bijvoorbeeld omdat mensen zijn al gewend geraakt aan korte evaluatieformuliertjes na elektronische feedback.