Welke kansen en risico’s zijn verbonden aan een meer privaat beheerde en gefinancierde erfgoedzorg? Welke (financiële) arrangementen zijn denkbaar om het particulier initiatief en particuliere investeringen te stimuleren?

Een groot deel van de monumenten is in privaat bezit. Eigenaars houden het in redelijke staat en gaven het door aan het nageslacht, daarbij geholpen door een structureel subsidiebeleid. Een terugtredende overheid maakt de vraag naar de reikwijdte van en verhouding tussen de publieke en private instrumenten in erfgoedbeheer relevant. De veranderde verhouding tussen publiek en privaat roept vragen op naar de inzet van het erfgoedinstrumentarium. Kan de rijksoverheid zich zomaar onttrekken aan een deel van haar taak? Of heeft zij zich in het verleden misschien te veel bemoeid met het cultureel erfgoed waardoor sprake was van over-stretching? Hoe moeten we de verhouding tussen de huidige voorraad rijksmonumenten en de subsidies kwalificeren? Is het erfgoedbeleid financieel gezond? Wat is de bereidheid van private partijen om onderdelen van het nationaal erfgoed te adopteren? In het verlengde van deze vragen moeten we meer te weten komen van het (financieel) draagvlak voor behoud van erfgoed als het om meer gaat dan consumptie, oftewel het genieten en beleven. Wat is het absorberend vermogen van de markt als het gaat om het vele vrijkomende en leegstaande erfgoed? Onderzoek moet uitwijzen hoe groot het private draagvlak nu de publieke middelen slinken.

Bijbehorende clustervragen