Welke invloed heeft het proces van Europese integratie op de bescherming van mensenrechten in Nederland?

De bescherming van de fundamentele rechten van de mens vormt van oudsher een van de hoekstenen van de Nederlandse rechtsstaat. Het proces van Europese integratie biedt in dit opzicht kansen en bedreigingen. (1) Is de naleving van deze rechten wel verzekerd nu meer bevoegdheden worden overdragen aan de Europese Unie en regelgeving op steeds meer beleidsterreinen – zoals strafrecht en migratie – op het niveau van de Unie tot stand komt? Of bieden de ontwikkeling van de klassieke communautaire regels (zoals de ‘vier vrijheden’ en het non-discriminatie beginsel) en de totstandkoming van een ‘Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Rechtvaardigheid’ juist extra mogelijkheden voor de verwezenlijking van mensenrechten? (2) Van oudsher heeft de Raad van Europa of het primaat bij het houden van toezicht op de naleving van mensenrechten in Europa. Maar de Europese Unie houdt zich steeds nadrukkelijker met de handhaving van mensenrechten bezig. Welke kansen en bedreigingen biedt deze ontwikkeling? Is het denkbaar, en wenselijk, dat de EU nieuwe toezichtmechanismen ontwikkelt, met een mogelijke nadruk op het vinden van best practices? Hoe zal de relatie tussen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG) zich ontwikkelen?