Welke invloed hebben formele en informele instituties op ongelijkheden over de levensloop, in Nederland en daarbuiten?

Op allerlei domeinen bestaan ongelijke kansen tussen mensen in een samenleving, bijvoorbeeld ten aanzien van inkomen, onderwijs, gezondheid, welzijn en politieke betrokkenheid. Samenlevingen verschillen echter aanzienlijk in de mate waarin deze ongelijkheden bestaan. Formele regels en wetten, en informele gedragsnormen (tezamen noemen we deze: instituties) zijn mogelijk van invloed op de mate van verschil tussen mensen. We weten echter nog niet veel over de invloed van instituties op ongelijkheden. Een gecombineerde aandacht voor macroverschijnselen en individuele levensuitkomsten is noodzakelijk om te begrijpen wat de invloed is van instituties op de levenslopen van burgers. Bestaand onderzoek vergelijkt landen met verschillende instituties, maar we zouden ook moeten onderzoeken hoe beleidsveranderingen binnen landen gepaard gaan met normatieve veranderingen, en op welke wijze deze veranderingen vervolgens effect hebben op veranderingen in ongelijkheden. Matthe├╝seffecten moeten worden bestudeerd: versterken ongelijkheden zich over de levensloop, en over domeinen? Vijf soorten formele instituties staan centraal: het onderwijsstelsel, voorzieningen voor werk en gezin, inkomensbeleid, gezondheidszorg, en voorzieningen voor de overgang van werk naar pensionering. Hoe kunnen we het onderwijssysteem, de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg en de latere levensloop het beste inrichten om gelijke kansen te bevorderen? Draagt meer gelijkheid op verschillende domeinen, over de gehele levensloop, bij aan veerkrachtiger samenlevingen?