Welke impact heeft het op onze samenleving wanneer informatie op grote schaal continue wordt geanalyseerd door bedrijven en overheden - hoe zorgen we ervoor dat dit goed samen gaat met maatschappelijke waarden zoals privacy en individuele autonomie?

De hoeveelheid gegevens die we samen meten en opslaan groeit explosief. Wetenschappers, bedrijven, overheden en burgers voeden samen een onstuimig groeiende gegevensberg. Camera’s, scanners, telefoons, computers, chipkaarten, energiemeters — het is nog maar een fractie van het groeiende arsenaal aan instrumenten die continu gegevens produceren en toevoegen aan steeds meer en steeds grotere databestanden. Die grote bestanden kunnen met nieuwe wetenschappelijke methoden worden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Zo kunnen we de wereld gedetailleerder waarnemen, en ontdekken we nieuwe patronen en oorzakelijke verbanden. Dat levert nieuwe kennis en wetenschappelijke inzichten op, die reeds nu wordt gebruikt voor betere producten, diensten, beslissingen, en het oplossen van mondiale uitdagingen. Het gebruik van deze zgn. ‘big data’ genereert ook ‘big questions’. Hoe kunnen we de maatschappij veiliger maken zonder dat daarmee de privacy geschonden wordt. Hoe gaan we om met regionale verschillen in wetgeving, normen en waarden over gegevens? Welke balans is wenselijk tussen burger, overheid en bedrijfsleven bij het bepalen wat er wel en niet met gegevens ván en óver burgers gebeurt? Van wie zijn gegevens, en hoeveel toegang en zeggenschap brengt dat met zich mee? Welke veranderingen in wetten en verdragen zijn nodig om het gebruiken van gegevensbestanden in verantwoorde banen te leiden?