Welke gevolgen heeft de toenemende rol van maatschappelijke monitoring (toezicht, evaluatie, surveillance in verschillende domeinen) voor de betekenis van het publieke leven?

In de afgelopen decennia zijn vormen van monitoring en surveillance sterk toegenomen. Steeds sterker, bijvoorbeeld, is de overheid getransformeerd van een direct ingrijpende overheid in de richting van een op toezicht en regulering gerichte overheid. Dit betekent dat op nagenoeg ieder domein van het sociale en economische leven monitoringsinstanties bestaan. Van migratie tot financiele markten, en van onderwijs tot smart cities: er is een werk van monitoring, toezicht, evaluatie en surveillance. Dat werk is vaak onzichtbaar, maar het heeft grote publieke consequenties, bijvoorbeeld voor de vraag of benchmarks publiek en politiek aanvechtbaar zijn, voor transparantie en privacy, voor hoe steden ingericht worden en wie er toegang of voorrang heeft, voor waar verantwoordelijkheden gelokaliseerd worden, en voor de vraag wie of wat ueberhaupt telt als 'publiek'. Tenslotte geeft inzicht in zulke monitoring inzicht in de dagelijkse praktijk van wat antropologen en politiek filosofen sociale verbeelding hebben genoemd. Maatschappijen bestaan bij de gratie van verbeelding, en tegenwoordig is die verbeelding in hoge mate geprofessionaliseerd en geinstitutionaliseerd. Inzicht hierin is daarom fundamenteel voor de sociale wetenschap en de geesteswetenschap.