Welke gevolgen hebben geïnduceerde aardbevingen voor het welbevinden van burgers en de duurzaamheid van gemeenschappen; welke maatregelen helpen om negatieve gevolgen te bufferen en positieve gevolgen te benutten?

In Groningen voltrekt zich een ramp in slow motion. De bevingen eisten nog geen mensenlevens, maar bewoners en gemeenschappen krijgen nu reeds zware klappen. Dat komt deels omdat de omgeving op geen enkele wijze op aardschokken is voorbereid of ingericht. Zorgelijk is dat de verwachtte intensiteit van de bevingen toeneemt. Emoties hierover kunnen sterk oplopen, want deze bevingen zijn “geïnduceerd” en dus het gevolg van keuzes van rijksoverheid en bedrijfsleven. De escalerende problematiek bedreigt meer dan alleen het vertrouwen van Groningers in de overheid en rechtsstaat. Het probleem schaadt een kleine 200.000 huishoudens en kent een bijzonder complex multidisciplinair karakter. De onderzoeksraad voor de veiligheid pleitte onlangs voor een minder technocratische benadering van de bevingsproblematiek waarin het burgerperspectief centraal staat. Dat vraagt om een coherent onderzoeksprogramma waarin individuele, medische, sociale, ruimtelijke en economische effecten van de aardbevingen worden geïntegreerd. Dit onderzoeksprogramma moet gericht zijn op de ontwikkeling van effectieve interventies en oplossingen, die de duurzaamheid van de Groninger gemeenschap versterken.