Welke formele en informele regels en vormen van (zelf)regulering zijn het meest geschikt om coöperatieve initiatieven en participatie van burgers te genereren en stabiliseren, bijvoorbeeld op het gebied van zorg- en energievoorziening?

Onze maatschappij laat in de afgelopen jaren een sterke groei van coöperatieve initiatieven zien, die in behoeften voorzien die de centrale overheid soms minder goed lijkt te kunnen genereren. De potentie van deze initiatieven is hoog, maar ze komen vaak ook niet goed van de grond. Vanuit historisch, sociologisch, psychologisch en juridisch onderzoek is er veel kennis over het succes of falen van deze initiatieven, maar er blijven ook veel vraagtekens liggen op de scheidingsvlakken van disciplines. Welke sociologische factoren zijn het meest van belang voor welke individuen? Hoe is de betekenis van de juridische kaders veranderd over de loop van de geschiedenis. Zulke openliggende vragen kunnen vanuit een multidisciplinair perspectief onderzocht worden en met deze kennis kunnen de mogelijkheden en onmogelijkheden van de participatiesamenleving in kaart gebracht worden. Bovendien kunnen beleidsadviezen geformuleerd worden voor het optimale gebruik van participatie en samenwerking.