Welke economische en politieke ordening maakt beter gebruik van communicatiemogelijkheden en opleidingsniveau?

We hebben een marktordening waarin eigenaars van organisaties wettelijk nauwelijks gelimiteerde zeggenschap hebben over werknemers en over de activiteiten van hun organisatie en de doelen die ze daarmee nastreven. Deze rechten van eigenaars worden gewaarborgd door de rechtsstaat en marginaal gelimiteerd door representatief-democratische besluitvorming die zich voor een groot deel beperkt tot de publieke ruimte. Dat maakt minder dan mogelijk en wenselijk is gebruik van de (collectieve) zelfbeschikkings- en medezeggenschapsmogelijkheden van beter dan vroeger (toen die ordening ontstond) opgeleide en (via o.a. internet) geïnformeerde medewerkers van die organisaties én van de daardoor gegroeide mogelijkheden van burgers om direct argumenten in te brengen in politieke besluitvorming (i.p.v. getrapt, via vertegenwoordigers). Opleidings- en informatieniveau van burgers & medewerkers maken versterking mogelijk van democratie die niet berust op 'meeste stemmen gelden', maar op 'iedereen kan argumenten inbrengen en alle argumenten worden -transparant voor iedereen- meegewogen' en die evenzeer geldt voor de 'publieke' sfeer als voor de 'private' sfeer.