Welke criteria moeten er aangehouden worden voor de diagnostiek van een taalontwikkelingsstoornis (TOS) bij meertalige kinderen?

Het diagnostiseren van een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is lastig en wordt gedaan aan de hand van exclusiecriteria waardoor deze populatie enorm heterogeen is. Bij meertalige kinderen is dit nog extremer, omdat de hoeveelheid blootstelling aan het Nederlands bijvoorbeeld ook varieert. Onder andere hierdoor kunnen kinderen die een tweede taal leren soms vergelijkbare taalprofielen hebben als kinderen met een TOS. Bij de meeste kinderen is dit een fase die vanzelf overgaat doordat ze op school een achterstand inhalen. Bij sommige kinderen kan er echter ook sprake zijn van een TOS. Om risico op misdiagnose zoveel mogelijk te verkleinen moeten er voor meertalige kinderen andere criteria worden aangehouden voor de diagnostiek van een TOS dan bij eentalige kinderen, wellicht ook in combinatie met het gebruik van andere instrumenten. De vraag is welke criteria dit kunnen zijn en hoe deze bepaald kunnen worden zodat diagnostiek bij deze populatie meer gestandaardiseerd wordt.