We nemen de wereld steeds gedetailleerder waar. Op welke wijze kunnen we deze enorme hoeveelheid waarnemingen gebruiken voor betere (efficiënter, slimmer) producten, diensten of beslissingen in de maatschappij en in het bedrijfsleven?

De hoeveelheid gegevens die we samen meten en opslaan groeit explosief. Wetenschappers, bedrijven, overheden en burgers voeden samen een onstuimig groeiende gegevensberg. Telescopen, camera’s, scanners, telefoons, computers, chipkaarten, energiemeters — het is nog maar een fractie van het groeiende arsenaal aan al of niet wetenschappelijke instrumenten die continu gegevens produceren en toevoegen aan steeds meer en steeds grotere databestanden. Die grote bestanden kunnen met nieuwe wetenschappelijke methoden worden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Zo kunnen we de wereld gedetailleerder waarnemen, en ontdekken we nieuwe patronen en oorzakelijke verbanden. Dat levert nieuwe kennis en wetenschappelijke inzichten op, die wordt gebruikt voor betere producten, diensten, beslissingen, en het oplossen van mondiale uitdagingen. Het gebruik van deze zgn. ‘big data’ genereert ook ‘big questions’. Hoe kunnen gegevens over het actuele energiegebruik en –productie van tienduizenden huishoudens ons helpen ons elektrische energiesysteem slimmer en efficiënter te maken? Hoe kunnen maakbedrijven ‘slimmer’ worden dan nu door gegevens uit productierobots, logistieke ketens en het ‘internet der dingen’ samen te gebruiken om efficiënter, flexibeler, sneller, mensvriendelijker en duurzamer te produceren? Hoe kunnen patronen in de locatiegegevens van miljoenen auto’s en mobiele telefoons ons helpen slimmere steden en slimmere wegen te bouwen?