Wat kunnen 4 eeuwen westerse moraaltheologie en -filosofie betekenen voor de huidige behoefte aan zingeving en zelfreflectie?

Ondanks, of misschien juist vanwege de toenemende digitalisering, automatisering en rationalisering van allerlei aspecten van het menselijk leven (voeding, werk, vervoer, communicatie, zorg, onderwijs, etc.), bestaat in het westen een grote en groeiende behoefte aan reflectie op de waardigheid van het individu. Men zoekt dit in allerlei exotische bewustzijns- en lichaamstechnieken, voedingsleer, yoga, meditatie, hallucigenen. Er is echter een gigantische bron die onaangeroerd blijft: op Google Books zijn duizenden ingescande publicaties van westerse moraaltheologen en -filosofen, tussen 1500 en 1900, gratis te raadplegen. Deze onuitputtelijke berg ideeën sluit directer aan op de hedendaagse westerse cultuur dan de Aziatische en Indiaanse tradities die nu zo gretig worden aangesproken. We hebben inmiddels in meerderheid de Joods-Christelijke verklaringsmodellen voor het ontstaan van het heelal en de ontwikkeling van levensvormen losgelaten. Dit schept ruimte om te verkennen hoe de zielenherders van weleer, en hun seculiere tegenhangers, de verhouding tussen het individu en de wereld concipieerden, en welke technieken van zelfreflectie en ascese zij daarbij ontwikkelden. Met moderne middelen (datamining, semantische zoekmachines, vertaalmachines) is het mogelijk deze schat aan ideeën te ontsluiten en inzichtelijk te maken voor de moderne, naar zingeving hunkerende westerse mens.

Bijbehorende clustervragen