Wat is voor mensen/publiek de drempel om in en/of uit een interactieve performatieve interactie in de openbare ruimte te stappen?

De afgelopen decennia is de mens steeds meer (digitale) interactieve installaties in de openbare ruimte gaan gebruiken. Van de eigen smartphone tot de digitale kaartjes automaat in het openbaar vervoer. Mijn vraag aan de wetenschap is, wat is nou de drempel voor de mens om hieraan deel te nemen? Nog geen 10 jaar geleden keken mensen vreemd op als zij iemand met oordopjes in zijn/haar oor zagen rond lopen die tegen zichzelf praat. Mensen vroegen zich af, wat praat die in zichzelf. Dit is inmiddels gemeengoed geworden. Deze vraag bestrijkt een breder gebied dan alleen eigen en openbare/publieke digitale apparaten. Goed voorbeeld is bijv ook dit interactieve winkelraam: https://youtu.be/hP_mYP0sKhY Wat is voor de mens nou de drempel om hier wel of niet aan mee te doen? Wanneer voelt het voor ons veilig genoeg om ons hieraan te wagen? Zo zijn er ook voldoende voorbeelden van interactieve kunst installaties die de mens uitdagen om zich hierin te mengen.