Wat is de rol van geschiedenis en herinnering in een zich ‘ontgrenzende’ wereld?

Geschiedenis en herinnering zijn in grote mate gebonden aan plaatsen. Traditioneel zijn dat nationale staten, maar het kunnen ook regio’s, lokale plaatsen of geografisch gedefinieerde gemeenschappen zijn. Geschiedenis is immers per definitie bijna altijd ‘geschiedenis van’. De ‘ontgrenzing’ van de wereld stelt de beoefening van de geschiedschrijving en de herinnering voor steeds nieuwe uitdagingen. De realiteit van de multiculturele samenleving impliceert dat global history en nationale geschiedenis in elkaar overgaan. De afkomst - en dus ook de historische ervaringen - van nieuwkomers, van bezoekers en van buren is in principe onbegrensd. Hoe kan een modern geschiedenisbeeld de vele particuliere en vaak conflicterende ervaringen weerspiegelen van groepen in een samenleving die zich niet langer territoriaal of geografisch laat definiëren? Als identiteiten ‘vloeibaar’ worden, hoe moeten we ons dan een geschiedenisbeeld voorstellen dat recht doet aan steeds verglijdende grenzen van identiteit? Hebben geschiedenisbeelden niet steeds de neiging om homogeniserend te werken? Hoe zullen in de toekomst geschiedenis en herinnering er uit zien als die recht willen doen aan de ervaringen van alle leden van een samenleving?