Wat is de optimale werkverdeling tussen de Europese Unie en de lidstaten en hoe wordt daardoor de legitimiteit vergroot?

Europa staat voor grotere uitdagingen dan ooit te voren. Dit vergt dat de EU slagvaardig kan optreden op crises, zoals die rond de Euro en migratie, maar ook op ‘sluipende’ vraagstukken als klimaatverandering en verscherping van maatschappelijke scheidslijnen. Tegelijk staat de legitimiteit van de EU zelf onder druk. Burgers voelen zich weinig verbonden met de 'Brusselse' instellingen en zien gebrekkige verantwoording, en soms ongewenst beleid op zich afkomen. De agenda van de Europese Commissie en van de Nederlandse regering is om een betere werkverdeling ("Focus") tussen de EU en de lidstaten aan te brengen. De ambitie daarvan is om zowel de slagvaardigheid als de legitimiteit te vergroten. Maar hoe moet deze werkverdeling daadwerkelijk gestalte krijgen om dit te bereiken? Welke juridische en constitutionele arrangementen passen hierbij? Welke rol kunnen rechtsstatelijke beginselen spelen? En moet er onderscheid gemaakt worden voor specifieke beleidsterreinen zoals economische coördinatie? Moet ook gedacht worden aan (een verdere uitbouw van) een Europa van meerdere snelheden? En wat betekent dit alles voor de EU zelf? Mogelijke partners: "Institutions for the Open Society", Universiteit Utrecht; Nederlands Genootschap Internationale Zaken, ProDemos, Ministerie van Buitenlandse Zaken, ECFR