Wat is de invloed van de migratie van kunstwerken, kunstenaars en hun ideeën op de ontwikkeling van de culturele identiteit van personen en steden?

In het internationale debat binnen kunst-, architectuurgeschiedenis en visual studies, alsook in de (transnationale/mondiale) kunst, is de vraag naar wat ‘eigen’ is en wat ‘vreemd’ actueler dan ooit. Hetzelfde geldt voor de discussies die in de kunst- en museumwereld en in de media worden gevoerd. Om greep te krijgen op de hedendaagse discussie is het van belang om deze kwestie zowel in internationale context als in historisch perspectief te bezien. Het denken over wie en wat we zijn als mens, ons zelfbeeld, ons beeld over wat onze cultuur en onze waarden inhouden, en hoe we onze leefomgeving vormgeven, worden al eeuwenlang in belangrijke mate bepaald door de noties van ‘zelf’ en ‘ander’, en evenzeer door invloeden van binnenuit als van buitenaf. Er is veel aandacht voor de migratie van kunstenaars uit Nederland / Lage Landen naar Italië (b.v. aan het KNIR en NIKI), maar dit migratievraagstuk moet nu worden uitgebreid naar andere, met name niet-Westerse gebieden. (Kunst)historici, cultuurfilosofen, antropologen, literatuurwetenschappers en linguïsten werken samen in onderzoek naar de effecten die wereldwijde mobiliteit heeft gehad op de ontwikkeling van de beeldende kunst, beeldcultuur, vormgeving en architectuur. Universitair onderzoek gaat hier hand in hand met onderzoek aan culturele instellingen, waaronder musea.