Waarom ontwikkelen sommige lage-inkomenslanden zich wel tot een midden- of hoge-inkomensland en blijven andere landen in hun ontwikkeling steken? En wat is de rol van instituties ofwel de spelregels van een samenleving in economische ontwikkeling?

In de jaren zestig waren Zuid-Korea en Ghana ongeveer even rijk. In beiden landen werkte ongeveer 60% van de bevolkingin de landbouw. Minder dan vijftig jaar later is Zuid-Korea een geïdustrialiseerd land en verdient de bevolking gemiddeld 27 keer meer dan de gemiddelde Ghanees. Hoe kan het verschil in ontwikkeling tussen deze landen worden verklaard? In de laatste twintig jaar heeft de economische wetenschap veel aandacht gekregen voor de rol van instituties om zulke verschillen in ontwikkeling te verklaren. Instituties kunnen worden gedefinieerd als de wetten en gewoonten die mensen motiveren om hard te werken, economisch productief te worden en zodoende zichzelf en hun landen verrijken. Maar het concept instituties is diffuus en het onderzoek naar de rol van instituties in economische ontwikkeling en de wisselwerking tussen instituties, technologie en demografie in het proces van economische ontwikkeling is nog jong. Antwoorden op vragen als hoe kunnen institutionele veranderingen de prikkel om te investeren stimuleren in ontwikkelingslanden of welke instituties en welke beleidsveranderingen in deze instituties zijn nodig om technologische innovatie te stimuleren en te verspreiden in ontwikkelingslanden zijn zeer relevant.