Waarom lijkt de structuur van een molecuul op de structuur van ons heelal?

In de Middeleeuwen dachten we dat de aarde plat was. We vreesden dat we, als we eindeloos doorliepen, van de aarde zouden vallen. Wat er voor de sterveling uitzag als een tweedimensionale wereld bleek echter een driedimensionale wereld. De wereld was rond. Na lang lopen, over de ronde aarde, kom je weer terug waar je bent begonnen. Steeds verder weg, werd uiteindelijk, in een schijnbaar tweedimensionale wereld, steeds dichterbij. Onze Westerse wetenschap is lineair. Tijd en ruimte ontwikkelen zich langs een lijn met een ongrijpbaar begin (Big Bang) en een ongrijpbaar einde (Oneindig). Bevinden we ons, met deze manier van denken, niet opnieuw in een soort Middeleeuwen? Stel dat ook onze ruimte, in een vierde dimensie, gekromd is. Stel dat je (theoretisch) na oneindig ver reizen in tijd en ruimte, via de kleinste moleculen, weer terug keert in het hier? Is het denkbaar dat ‘steeds groter en verder weg’ uiteindelijk, in een schijnbaar driedimensionale wereld, steeds kleiner wordt? De structuur van een molecuul lijkt immers verdomd veel op de structuur van ons heelal….