Waarom kunnen we een afstand overbruggen?

Als is ergens naar toe wil en dat is bijvoorbeeld 100 kilometer, dan leg ik eerst de helft af (50 km) daarna daar weer de helft van (25 km) en telkens de helft van de vorige afstand. Kortom er blijft altijd (hoe klein ook) een afstand over. En toch komen we op de plaats van bestemming. Dit geldt bijvoorbeeld ook als ik mijn neus wil aanraken met mijn vinger: eerst een meter er vandaan dan 50 cm dan 25 cm dan 12,5 cm enz. enz. maar er blijft altijd een afstand over en toch kan ik mijn neus aanraken. Hoe kan dat?