Visie op de transitie van het elektrisch weefsel

Het weefsel "elektriciteitsnet" heeft twee gezichten. Aan de ene kant de sterke correlatie ervan met de (centrale) productie-locaties. Aan de andere kant de aanleg naar de locaties in een zekere variëteit aan dichtheden van knooppunten en grootte van aansluitingen. Dit weefsel heeft zekere kenmerken die onder andere correlaties hebben met prijs(trends) en sterker nog met de leveringszekerheid (trends). Omdat dit stelsel van weefsels relatief zeer langzaam groeit en aldus beweegt, is er een na-ijlend effect van het weefsel op de productie-verdeling. Met vuistregels van bijvoorbeeld hoeveelheden geleiders versus aantal inwoners (per regio) zou wellicht een hogere efficiency te bereiken zijn voor de netbeheerders. Zou het groeien en vormen van een elektriciteitsnet vergelijkbaar kunnen zijn aan natuurlijke processen zoals de groei (evolutie) van een bottenstelsel afhankelijk is van spierfuncties van een organisme?