Van hulp naar handel: van goed concept naar slecht effect?

Sinds 2013 is Nederland internationaal pleitbezorger van marktgeleide internationale ontwikkeling. De gedachte is simpel: de traditionele ontwikkelingssamenwerking heeft niet gebracht wat ervan gehoopt werd en door bedrijven te betrekken wordt de ontwikkelingshulp zakelijker en langduriger. Op zich is er heel wat te zeggen voor zo’n benadering en veel partijen zijn enthousiast aan de slag gegaan. Vooral in de agri-food sector, omdat Nederland daar sterk in is en vanwege de toenemende vraag. Een van de gevolgen van deze marktgeleide ontwikkelingshulp is dat boeren massaal overschakelen op het gewenste gewas. Dit levert immers veel op en, in geval van contractfarming, geeft een gegarandeerd inkomen voor de boer. Echter, jarenlang hetzelfde gewas verbouwen leidt tot bodemuitputting en gewasziekten. Dit is geen spookverhaal, het gebeurt, en eenmaal voorbij een bepaalde grenswaarde is het verlies aan landbouwgrond nagenoeg onherstelbaar. Ieder jaar gaat circa 12 miljoen hectare landbouwgrond verloren door onkundig gebruik. Daar zijn veel oorzaken van en het doorschieten van marktwerking in de landbouw is er daar één van. Marktwerking is nodig om de landbouw te ontwikkelen, maar er zijn nieuwe strategieën nodig om de negatieve effecten hiervan te corrigeren. Dan komt de marktwerking pas echt tot zijn recht.