Stimuleert kunstonderwijs de creativiteit, biedt het een basis voor sociale intelligentie en helpt het de leerlingen een eigen identiteit vorm te geven en uit te dragen?

Onze scholen, docenten en leerlingen houden zich dagelijks bezig met kunst en cultuur omdat hen dat uitdaagt, prikkelt en inspireert. Maar de effecten van kunstonderwijs overstijgen de kunstvakken en culturele activiteiten zelf. In andere vakken, in hun vrije tijd en in hun toekomstige leven hebben leerlingen baat bij hun kunstvakken. Kunst stimuleert de creativiteit, biedt een basis voor sociale intelligentie en helpt hen hun eigen identiteit vorm te geven en uit te dragen. Dat merken wij iedere dag in onze scholen, maar vreemd genoeg is de wetenschappelijke basis hiervoor beperkt. In het recente OESO-rapport Art for Art’s Sake wordt vooral duidelijk dat de zogeheten ‘transfer effects’ van kunstonderwijs moeilijk op sociaalwetenschappelijke wijze te bewijzen zijn. De auteurs van het rapport wijten dat aan het gebrek van breed gedragen doelen voor het kunstonderwijs en een gemeenschappelijke theoretische fundering voor inhoud en vorm van het onderwijs in kunst en cultuur. Juist in een tijd waarin, onder de paraplu van de 21st Century Skills, creativiteit en sociale vaardigheden centraal staan is het van belang dat de praktijkkennis die in de Cultuurprofielscholen is ontwikkeld wordt ontsloten en dat wij door wetenschappers een theoretische basis krijgen aangereikt ter ondersteuning en legitimering van ons werk.