Staat de kwaliteit van de Nederlandse strafrechtspleging onder druk?

In Nederland worden steeds meer misdrijven buiten de rechter om afgedaan: geschat wordt dat dat in meer dan 90% van de zaken gebeurt, een veel groter deel dan in andere landen. Ook zien we dat steeds vaker niet-juridische interventies zoals mediation worden ingezet parallel aan of voorafgaand aan strafrechtelijke procedures. Het strafrechtelijk bedrijf staat daarnaast onder grote druk: rechters klagen over toenemende werkdruk en te weinig aandacht voor kwaliteit, en zowel het OM als de zittende magistratuur komt regelmatig ongunstig in de media. Deze ontwikkelingen roepen vragen op naar zowel de (ervaren) legitimiteit als naar de effectiviteit van de afdoening van strafzaken. Wat is het effect als aan slachtoffers en verdachten wordt gevraagd mee te doen aan mediation? In hoeverre is er sprake van vrijwilligheid? Krijgen burgers aan wie een strafbeschikking wordt opgelegd door het Openbaar Ministerie een eerlijk proces? Hoe openbaar en gecontroleerd zijn dit soort procedures? Wordt er onder tijdsdruk en bij gebrek aan rechter en advocaat wel voldoende aandacht besteed aan waarheidsvinding? Is er een risico dat aan onschuldigen een straf wordt opgelegd? Dit soort rechtssociologisch/criminologisch onderzoek wordt landelijk te weinig verricht, terwijl de recente veranderingen in de strafrechtspleging ingrijpend zijn en verstrekkende gevolgen kunnen hebben.