Op welke wijze kan de onderzoeksmethodiek naar terroristische dreiging worden verbeterd, opdat minder dreiging onontdekt blijft?

In de meeste wetenschappen ligt de nadruk op duiding en bewijs. In deze benadering wil men het bewijs zo goed mogelijk rond krijgen. In de sociale wetenschappen streeft men bijvoorbeeld naar bewijs waarbij in ieder geval in 95 van de 100 gevallen het veronderstelde verband opgaat. De tot 5 gevallen waarbij dit niet het geval is, noemt men de alfa-kans. Deze is dan maximaal 0,05. Indien men de kans van restdreiging centraal stelt richt men zich op een ander aspect van het onderzoek, de zogeheten beta-kans. Dit is de kans dat men een wel degelijk bestaand verband – dat zich binnen de onderzoeksvraag afspeelt – over het hoofd ziet. In de sociale wetenschappen stelt men deze vaak op 0,2. Populair gezegd: de onderzoeker heeft zijn werk goed gedaan als hij/zij vier van de vijf relevante verbanden heeft gevonden. Stel je voor dat op deze laatste wijze terrorismeonderzoek wordt uitgevoerd: we zouden dan een op de vijf aanslagen missen. Dit is niet aanvaardbaar. Het ontwerpen van zo’n onderzoek dient er daarom anders uit te zien dan in regulier wetenschappelijk onderzoek. Hoe ziet zo’n onderzoeksmethodiek eruit waarbij men in de eerste plaats geen relevante verbanden wil missen?