Op welke manier krijgt de moderne democratie gestalte in perioden tussen verkiezingen en welke effecten hebben diverse nieuwe kanalen voor participatie en publieke verantwoording op de democratische legitimatie vormen van het openbaar bestuur?

De klassieke partijendemocratie, met periodieke algemene verkiezingen als het belangrijkste politieke invloedkanaal voor burgers, staat meer en meer ter discussie. Daarom wordt er al jarenlang op diverse bestuursniveaus (lokaal, regionaal, nationaal en EU) geëxperimenteerd met nieuwe kanalen van burgerparticipatie naast de geijkte electorale en partijpolitieke paden. Denk aan interactieve beleidsvorming, C1000’s, burgerjury’s en het gebruik van (nieuwe) media. De kennis over deze nieuwe vormen van burgerparticipatie (ook wel aangeduid als “in between election democracy”) en met name de effecten van deze vormen van participatie is echter nog beperkt. Onze democratie heeft steeds meer een hybride karakter gekregen, waarin de klassieke op verkiezingen en representatie gebaseerde democratie wordt aangevuld door participatieve, deliberatieve en associatieve vormen van democratie. Wetenschappelijk heeft het zwaartepunt in het onderzoek tot voor kort vooral gelegen op de electorale democratie en politieke representatie. De recente ontwikkelingen vragen om gedegen empirisch onderzoek waarin electorale democratie en “between-election” democratie systematisch worden vergeleken op uitgangspunten, werking, verenigbaarheid en effecten, met uitdrukkelijke aandacht voor de rol van (nieuwe) media hierbij.