Op welke manier draagt verbeelding bij aan een samenleving en het bestuur ervan, en hoe ziet de praktijk van het maatschappelijk verbeelden door burgers, wetenschappers en bestuurders eruit?

Verbeelding is eigen aan mensen, zowel in politiek en wetenschap als in gemeenschapsverband. Om richting aan het leven te geven, alternatieven te bedenken en de toekomst zowel te verkennen als te construeren, geven burgers, politici en wetenschappers hun dromen op verschillende manieren vorm. Dat varieert van scenario’s tot ideologie, van maatschappelijke verlangens tot laboratoriumexperimenten en van artistieke uitingen tot technische visualisaties. Meer en meer wordt gezocht naar manieren om de interactie tussen wetenschap, politiek en samenleving te versterken. Deze Nationale Wetenschapsagenda is er zelf een voorbeeld van, en zo zijn er meer. Maar wat als de ‘verbeelding’ als ingang wordt genomen? Op welke manier kan een onderzoek naar de ‘verbeelding’ een brug slaan tussen wetenschap, samenleving en politiek? Welke vormen van verbeelding moeten daartoe onderzocht worden? Welke ‘beelden’ die mensen genereren zijn te typeren als ‘verbeelding’? En hoe kan een ‘dialoog’ tussen verbeeldingen worden aangegaan?