Leidt tweetaligheid tot een duidelijk verschillend pakket van normen en waarden? Hoe krijgt een kind dat vervolgens op zijn plek in z’n oordeels- of persoonlijkheidsvorming? Wat betekent dat voor ons taalbeleid?

“Het eerste idee dat het kind moet verwerven is het verschil tussen goed en kwaad” (Maria Montessori). Dit is desalniettemin een immens gecompliceerd proces, omdat de scheidslijn tussen goed en slecht miniem is en ook nog eens onderheving is aan sociale, religieuze en contextuele factoren en kinderen een taal moeten beheersen om te kunnen redeneren wat is goed en wat is kwaad. Wanneer kinderen ouder worden worden zij geconfronteerd met morele dillema’s van allerlei omvang, en van hen wordt gevraagd deze dillema’s op een passende wijze op te lossen. Deze aspecten worden ingewikkelder naarmate kinderen opgroeien onder moeilijke omstandigheden, of wanneer zij lijden aan ontwikkelingsstoornissen of mentale aandoeningen. Het onderwerp van “morale ontwikkeling” nodigt uit tot het stellen van een breed scala aan uitdagende wetenschappelijke en urgente maatschappelijke vragen.