Kunnen we wiskundige methoden ontwikkelen om het multischaalprobleem beter te begrijpen en beter op te lossen?

Veel van de wetenschappelijke uitdagingen van nu hebben het 'multischaalprobleem' als kern. Bijvoorbeeld, hoe kunnen we `slimme' materialen maken? Hoe kunnen we een volgende economische crisis vóór zijn? Hoe kunnen we slim nieuwe medicijnen ontwerpen? Hoe kunnen we voorkomen dat soorten uitsterven? In deze en vele andere uitdagingen is het grote obstakel de aanwezigheid van meerdere schalen. 'Meerdere schalen' betekent dat we een beschrijving hebben op kleine ruimte- en tijdschalen, maar antwoorden willen op vragen op grotere schalen. Een Alzheimermedicijn, bijvoorbeeld, beinvloedt de cel op de schaal van milliseconden en micrometers; zelfs als we dit begrijpen, willen we graag verbetering zien op de tijdschaal van jaren en de ruimteschaal van de hele hersenen. Hoe overbruggen we deze kloof? Dit is het multischaalprobleem, en het komt op talloze plaatsen voor. Het multischaalprobleem is in wezen een _wiskundig_ probleem: hoe kunnen we uit een wiskundig model op kleine schaal de eigenschappen op grote schaal afleiden? Het antwoord zal ook intrinsiek wiskundig van aard moeten zijn. Er is al veel bereikt, zowel in de wiskundige gemeenschap als in de natuurwetenschappen, maar nog veel meer is open. De grote stap vooruit zal moeten komen van een diepe samenwerking tussen wiskundigen, natuurwetenschappers en maatschappijwetenschappers.