Kunnen we met biomarkers beter onderscheid maken tussen bacteriurie en urineweginfectie

Resistentie tegen antibiotica wordt bevorderd door het veelvuldig gebruik van deze middelen. Gezien het probleem van de toenemende resistentie is het van belang alleen antibiotica voor te schrijven als er sprake is van een bacteriële infectie waarvoor behandeling echt nodig is. Urineweginfecties zijn een zeer frequent voorkomende infectieziekte en een belangrijke oorzaak van antibiotica consumptie in Nederland. Echter, er komen ook vaker bacteriën in de urine voor zonder symptomen of tekenen van een urineweginfectie. Dit komt in het bijzonder veel voor bij postmenopauzale vrouwen en patiënten met een urinekatheter. De aanwezigheid van bacteriën in de urine leidt bij beoordeling in de eerste/tweede lijn of in het verpleeghuis vanwege koortsende ziekte, malaise of verwardheid frequent tot behandeling met antibiotica, ook bij het ontbreken van specifieke klachten passend bij urineweginfectie. In veel van dergelijke gevallen wordt de koorts verklaard door een andere, vaak virale ziekte, en waren antibiotica daarvoor niet nodig geweest. Er zijn nieuwe biomarkers nodig, zoals een bloed- of urinetest, om aan te tonen dat de bacteriën die in de urine voorkomen ook daadwerkelijk een ‘weefselinfectie’ veroorzaken waarvoor antibiotica gerechtvaardigd zijn. Dit kan leiden tot een belangrijke reductie in het gebruik van antibiotica.