Kunnen patiënten met hartfalen behandeld worden zodat zij beter en langer leven?

In Nederland is in de afgelopen decennia een indrukwekkend cardiovasculair onderzoeksveld ontstaan, dat tot de absolute wereldtop behoort. Door succesvol onderzoek is zowel de incidentie als de sterfte aan een hartinfarct sterk teruggedrongen. Ondanks successen zijn er echter in Nederland nog steeds ruim 1 miljoen patiënten met hart- en vaatziekten. Elke dag sterven ruim 100 mensen hieraan en belanden 1000 mensen in het ziekenhuis. Dit heeft een enorme sociale en financiële impact op de Nederlandse maatschappij. Dat er ondanks de vooruitgang nog steeds zo veel hart- en vaatziekten voorkomen kan voor een deel worden verklaard door de betere behandeling van het acute moment, waardoor de levensverwachting sterk is toegenomen. Hart- en vaatziekten zijn hierdoor steeds meer een chronische aandoening met een breed spectrum aan uitingsvormen en complexe behandeling. Een van de grootste uitdagingen binnen deze groeiende groep oudere patiënten is het beter behandelen van diastolisch hartfalen. Meer dan 70.000 voornamelijk oudere Nederlanders hebben dit syndroom met een zeer slechte prognose waarvoor geen behandeling beschikbaar is. Belangrijke vragen die op de Nationale Wetenschapsagenda thuishoren zijn: hoe ontstaat diastolisch hartfalen, hoe kunnen we het eerder herkennen en met welk geneesmiddel kunnen wij het behandelen?