Krimp is structureel en zal landelijk toenemen. Hoe ziet de “1e nota ruimtelijke her-ordening” eruit, waarbij toenemende ruimte en haar hernieuwbaar produktie potentieel voor energie en grondstoffen een centrale, fysische en economische waarde krijgt?

Sommige delen van Nederland krimpen, en de rest van nederland zal de komende decennia volgen. Op zich ene goede zaak, de druk op de maatschappij neemt af, druk op energie en grondstoffen verminderd, maar met een vervelend neveneffect van leegstaande panden en afnemende (economische) waarde . Dat vereist een nieuwe visie op ruimtelijke (her-)ontwikkeling , waarin de waarde van ruimte geherwaardeerd wordt, ipv die van groei in bouwen en infrastructuur. Die ruimte geeft waarde door oa productiecapaciteit van biobased grondstoffen, lokaal voedsel en zonne-energiewinning. Tevens bezit die ruimte grote waarde door de eerder vastgelegde en nu vrijkomende grondstoffen in ongebruikte panden en infrastructuur (Urban mining). Dat vergt een “1e nota ruimtelijke her-ordening”, een 180 graden omslag. De vraag is dan ook, hoe ziet ruimtelijke (her-)ordening 2.0 eruit, waarbij toenemende ruimte en haar hernieuwbaar produktie potentieel voor duurzame energie, biobased en gerecyclde grondstoffen (lege gebouwen) en lokale voedselproduktie de centrale rol krijgt en een waarde , fysisch en economisch??