Is het rendementsdenken binnen de rechterlijke macht van invloed op de kwaliteit van de rechtspraak?

Ruim twee jaar geleden stelden raadsheren van het Hof Leeuwarden een manifest op, waarin zij in het geweer kwamen tegen het rendementsdenken binnen de rechterlijke macht en tegen de wijze waarop de rechtbanken worden aangestuurd door de Raad voor de Rechtspraak. Een van de opstellers verzuchtte later in het tijdschrift Mr. dat er volgens hem sindsdien weinig is veranderd. Dat roept de vraag op hoe het nu is gesteld met het rendementsdenken binnen de rechterlijke macht. Zijn rechters wel in staat om goed werk te leveren als de werkdruk zo hoog is? Hoe staat het met hun interne onafhankelijkheid ten opzichte van het rechtbankbestuur en de Raad voor de Rechtspraak?