Is er een natuurlijke grens tussen de klassieke en de quantumwereld?

Boeken over quantummechanica beschrijven het “von Neumann projectiepostulaat” waarbij gedurende een meting het systeem uitprojecteert op een van de eigentoestanden van het meetapparaat. Dit “quantumpostulaat” verheft waarschijnlijkheden tot een fundamenteel concept in plaats van een concept gebaseerd op incomplete informatie. Er zijn argumenten waarom dit postulaat niet noodzakelijk is maar dat leidt tot het vele-werelden beeld waarin alle objecten in quantumsuperposities kunnen verkeren. Het feit dat wij voor grote objecten geen quantumsuperposities waarnemen kan puur een technische begrenzing zijn omdat grote objecten uiterst moeilijk te ontkoppelen zijn van hun omgeving. Zodra er koppeling is geeft dit aanleiding tot quantumverstrengeling met vrijheidsgraden die buiten ons experimenteel bereik liggen. Dit impliceert dat interferentie-experimenten, ons bewijs voor quantumsuperposities, niet meer mogelijk zijn. Behalve “vele werelden” is er ook de mogelijkheid dat de wetten van de quantummechanica niet compleet zijn. Bijvoorbeeld niet-lineaire termen in de bewegingsvergelijkingen kunnen aanleiding geven tot localisatie van de quantumgolffunctie. Ook een samenspel tussen gravitatie-effecten en quantumeffecten kan mogelijk het instorten van de golffunctie verklaren. Wat noodzakelijk is om dit fundamentele vraagstuk op te lossen zijn experimenten waarbij steeds groter objecten in quantumsuperposities worden gedreven en bestudeerd.