Is de inrichting van het Nederlandse openbaar bestuur toekomstbestendig?

Het Nederlandse bestuurlijke model voor het openbaar bestuur is grotendeels tot stand gekomen in de negentiende eeuw en ontwikkeld en verder doordacht door onder andere Thorbecke. Inmiddels leven we in de eenentwintigste eeuw en zijn de vraagstukken die twee eeuwen bestonden complexer geworden door maatschappelijke, technologische en politieke ontwikkelingen. De bevolking is enorm gegroeid en bovendien hoger opgeleid, de techniek heeft enorme vooruitgang geboekt (o.a. internet), we denken anders over de inrichting van de samenleving, de media heeft aan invloed en betekenis toegenomen en de invloed van Europa en de globalisering is enorm toegenomen. De vraag is of het bestaande (negentiende-eeuwse) model van het openbaar bestuur nog voldoet aan deze ontwikkelingen en daarmee toekomstbestendig is? Deelvragen die hierbij opkomen zijn o.a.: Moet het bestuur in Nederland rechtstreeks gekozen worden (minister-president, burgemeester etc.)? Moet de Eerste Kamer afgeschaft worden of een andere invulling krijgen dan het momenteel heeft? Zijn de Nederlandse gemeenten te klein of juist te groot voor een op maat gesneden openbaar bestuur op lokaal niveau? en is er nog een rol van betekenis voor de provincies en waterschappen? Moeten alternatieve vormen van democratische besluitvorming worden doorgevoerd?