In welke termen zien Nederlanders hun vermeende “volksaard”, welke constanten en tegenstrijdigheden zijn daarbij in het spel, en hoe is dit zelfbeeld in de loop der eeuwen veranderd?

Bestaand onderzoek naar het Nederlandse zelfbeeld heeft een aantal stereotiepe eigenschappen in kaart gebracht en geeft bovendien aan dat deze aan korte- en lange-termijnschommelingen onderhevig zijn. Aan de hand van grootschalige tekstcorpora uit gepubliceerde (dus breed circulerende) literatuur en vertogend proza uit de afgelopen eeuwen, en met behulp van narratologisch-retorische taggings kan een “big data” analyse van “het Nederlandse zelfdiscours” worden ondernomen, en worden ingezet in het ideeënhistorische onderzoek naar het Nederlands nationaal gevoel van ca. 1700 tot heden. Contrasteringen met diverse buitenlandse tegenhangers hoort hier ook bij. Dit onderzoek naar de retoriek van nationaal discours kan voor het wereldwijde nationalisme-onderzoek richtingwijzend zijn.