In hoeverre wordt de woning- en woonplaatskeuze van individuen en huishoudens, onder andere na echtscheiding, bepaald door nabijheid tot het sociale en familienetwerk? En in hoeverre is dit specifiek voor migranten het geval?

Uit onderzoek is bekend dat dichtbij wonen van zeer groot belang is voor het onderhouden van contacten met het sociale netwerk, het verlenen van (mantel)zorg aan familie en vrienden, en de zorg voor kinderen na een echtscheiding. Voor sommige vormen van zorg is bij elkaar in huis wonen zelfs noodzakelijk. Maar er is een spanningsveld met de vereisten van scholing en werk en tussen de lokale bindingen van de verschillende huishoudensleden. Voor migranten is dit spanningsveld extra groot, gezien de sterkere normen op het terrein van familiebanden. Onderzoek is noodzakelijk om erachter te komen hoe zorgbehoeften van invloed zijn op woonplaatskeuze en verhuizen, voor zowel autochtone Nederlanders als migranten. Zulk onderzoek is tegenwoordig mogelijk met gebruik van bestaande databestanden gebaseerd op grootschalige enquêtes, maar ook met het Stelsel van Sociaal-Statistische Bestanden van het CBS.