Hoe worden kustgebieden door vissen, vogels en zeezoogdieren verbonden?

Veel soorten vissen, vogels en zeezoogdieren brengen verschillende delen van het jaar of fasen van hun leven in verschillende kustgebieden door. Groei, overleving en reproductiesucces worden daarom door de omstandigheden in al die gebieden beïnvloedt. Grotere vissen, vogels en zeezoogdieren hebben echter ook een invloed op het gebied zelf, via predatie op hun prooien (zoals schelpdieren en kleinere vissen), maar ook doordat ze vaak het gedrag van hun prooi beïnvloeden. Lokale veranderingen in de top van het voedselweb kunnen daardoor doorwerken tot op de ontwikkelingen in dieren op lagere trofische niveaus, zoals schelpdieren. Als deze schelpdieren op hun beurt weer bijdragen aan de weerstand van wadplaten tegen erosie, dan kan de aanwezigheid van de roofdieren zelfs gevolgen hebben voor de geomorfologie van een kustgebied. Maar hoe groot is die invloed van vissen, vogels en zeezoogdieren nu precies, zowel op lokale als op grote schaal? Leiden verschuivingen in het voorkomen van deze dieren, bijvoorbeeld als gevolg van klimaatverandering of lokale menselijke activiteiten, tot meetbare veranderingen in kustgebieden? Leidt het verwijderen (b.v. inpoldering) of toevoegen (b.v. windmolenparken in zee) van refugia langs trekroutes tot een herverdeling van deze dieren over kustgebieden? En werkt dit dan door naar andere kustgebieden?