Hoe werkt de verbeelding?

De verbeelding is een universeel gegeven: vrijwel iedereen is in staat om in gedachten een voorstelling te creëren van andere ruimtes waar hij of zij op dat moment zelf niet aanwezig is. Vanaf de vroege historie heeft de mens over deze gave beschikking gehad. Of de verbeelding ook een uniek menselijk gegeven is, valt te betwijfelen. Volgens sommige biologen zijn apen, honden, katten en mogelijk zelfs varkens ook tot verbeelding in staat. Toch kan wel voorzichtig worden aangenomen dat mensen – meer dan enig ander diersoort – een uitgewerkte verbeeldingswereld hebben die te pas en te onpas wordt geactiveerd. Maar ondanks dat de verbeelding een dergelijk fundamenteel en universeel gegeven is, weten we eigenlijk nog heel weinig over dit fenomeen. De Romantiek met denkers als Rousseau en kunstenaars als William Blake hebben de verbeelding geprezen als het zesde zintuig, dat aan de basis lag van het beste en mooiste dat de mensheid ooit heeft voortgebracht. Maar ondanks deze herwaardering heeft de verbeelding binnen de wetenschap nooit echt vaste grond onder de voeten gekregen. Hierdoor ontbreekt het nu grotendeels aan wetenschappelijke kennis over de vraag wat verbeelding precies is en hoe zij tot stand komt.