Hoe vinden we een prettig en legitiem evenwicht tussen 'service' en 'surveillance' als het om het gebruik van persoonlijke data van burgers gaat?

Wereldwijd onderzoeken overheden, bedrijven, groepen en individuen de mogelijkheden van Big, Open en geLinkte Data (BOLD) om dringende maatschappelijke en economische uitdagingen op te lossen. Zulke BOLD strategieën worden zoveel top-down geïmplementeerd, als bottom-up uitgeprobeerd. Het gebruik van zulke data is echter niet alleen technisch en financieel gecompliceerd, maar roept ook ethische issues met betrekking tot privacy op. Diverse initiatieven met slimme energie-sensoren zijn bijvoorbeeld gestrand omdat burgers ze als een inbreuk op hun privacy ervaren en het gevoel krijgen op afstand gecontroleerd te worden. Desalniettemin is in dergelijke initiatieven privacybescherming ingebouwd en voldoen ze aan wetgeving; perceptie en emoties kunnen echter sterke raadgevers zijn. Daartegenover staat, paradoxaal, dat mensen op allerlei sociale media wel enthousiast hun data delen. Hoewel er veel onderzoek is naar opvatting en zorgen over privacy, en er ook veel technisch onderzoek naar privacy-by-design wordt gedaan, is de vraag naar deze privacyparadox, en i.h.b. percepties en gevoelens van mensen over datagebruik nog nauwelijks gesteld. Deze zijn echter wel van cruciaal belang om mensen in hun rol als burger, consument, werknemer en noem maar op, op positieve wijze te betrekken in de data-revolutie.