Hoe verhouden corruptie en competitiviteit zich tot elkaar in het Nederlandse bedrijfsleven en hoe goed zicht houdt de overheid daar op?

De casus waarin SBM Offshore in 2014 een schikking trof van 192 miljoen euro voor het betalen van smeergeld geeft aan leiding om in een aantal sectoren, zoals bijvoorbeeld baggeren en bouw, een uitgebreide risico-analyse uit te voeren om de verhouding tussen corruptie en competitiviteit te doorgronden. In welke mate zijn corruptiepraktijken nodig om competitief te kunnen zijn? In welke sectoren is het risico op corruptie groot? En welke maatregelen neemt de Nederlandse overheid om corruptie op te sporen en tegen te gaan?