Hoe verhouden behoud en transformatie van onroerend cultureel erfgoed zich tot elkaar?

In de traditionele erfgoedzorg bestaat grote terughoudendheid om interventies en transformaties door te voeren. Alles is gericht op historische integriteit en authenticiteit: het duurzaam voortbestaan van een (gekozen) historisch beeld, liefst in combinatie met de oorspronkelijke (vaak gelaagde) materialiteit. De ambitie om op een meer dynamische wijze om te gaan met het onroerende erfgoed heeft de discussie op gang gebracht over de toelaatbaarheid van fysieke aanpassing en programmatische actualisering. Erfgoed vraagt om een ruimer palet van ruimtelijke bewerking. Het vaak beproefde morfologisch contrast als stijlmiddel van de naoorlogse ontwerpers maakt plaats voor een genuanceerder, veelzijdiger verband tussen heden en verleden, of zelfs vormen van architectonische analogie waarbij de relatie tussen verleden, heden en toekomst gradueel verloopt. Een rijker repertoire wordt ook bevorderd door de erfgoedcategorieën die traditioneel niet zo snel in aanmerking kwamen voor herbestemming en herontwerp maar die nu grote aandacht vragen: gevangenissen, fabrieken, kerken en kloosters, militaire complexen.

Bijbehorende clustervragen