Hoe recent en hoe Nederlands is de individualisering?

Nederlanders zijn vaak geneigd om hun samenleving als sterk geïndividualiseerd te beschouwen. In het publieke debat nemen individualiteit en individualisering sinds eind jaren zestig een centrale plek in. Maar in hoeverre is dit zelfimago daadwerkelijk van toepassing? Historici en andere geesteswetenschappers zouden individualiteit en individualisering in een breeder chronologisch en geografisch kader kunnen plaatsen door zowel vroegere tijdperken als andere Europese landen te onderzoeken. Speelde dit thema ook al rond 1900, in het interbellum en de jaren vijftig? Hoe uniek was Nederland in dit opzicht? En wat veranderde er eventueel in de jaren zestig? Voor een antwoord op deze vragen zijn nog weinig voorbeeldstudies voorhanden, omdat individualiteit tot nu toe minder aandacht heeft gekregen dan het begrip identiteit. Het gaat hier dus om een wetenschappelijk vernieuwend project, dat kan bijdragen aan tal van actuele maatschappelijke discussies over integratie, discriminatie en emancipatie. De hypothese is dat noch de positieve benadrukking van individualiteit, noch de angst dat individualisering ten koste van gemeenschapszin zou gaan recent of specifiek Nederlands zijn. Integendeel: individualiteit en individualisering zijn altijd centrale thema’s geweest in de Europese geschiedenis in de twintigste eeuw.