Hoe ontstond in de late Middeleeuwen een Nederlandse ‘nationale’ identiteit?

Het Nederland zoals we dat nu kennen was in de Middeleeuwen een lappendeken van zelfstandige vorstendommen, elk met een eigen bestuur en geschiedenis. Ten tijde van de staatkundige unificatie van de Lage Landen onder de Bourgondisch-Habsburgse vorsten moet zich bij de inwoners van deze afzonderlijke gewesten een overkoepelend gevoel van culturele en politieke eigenheid hebben ontwikkeld. Die gemeenschappelijke identiteit zorgde ervoor dat zij een eeuw later, ondanks de onderlinge rivaliteit, in staat waren om samen in opstand te komen tegen de landsheer Philips II. Zoiets ongrijpbaars als ontstaan en groei van een bovengewestelijke ‘Nederlandse’ identiteit is natuurlijk moeilijk te achterhalen, maar een mogelijkheid daartoe wordt geboden door de laatmiddeleeuwse geschiedschrijving. Er zijn vele tientallen kronieken overgeleverd uit de verschillende gewesten, waarin het eigen verleden en de eigentijdse gebeurtenissen zijn beschreven. Deze werken laten zien, meestal impliciet, hoe de auteur en zijn publiek in de wereld stonden. De laatmiddeleeuwse kronieken zijn nog onvoldoende onderzocht, ook al vanwege het feit dat er zo weinig moderne edities van zijn. Nodig is een grootschalige digitale ontsluiting en bestudering van deze teksten. Zulk een inspanning zal ons in staat stellen beter te begrijpen waar de wortels van de Nederlandse identiteit gezocht moeten worden.