Hoe leren (jonge) kinderen hun gedrag en emoties te reguleren en zich veerkrachtig op te stellen bij tegenslag?

Welke dynamische interacties van hersensystemen, lichaamssystemen, en fysische en sociale affordanties liggen (gedurende het hele leven) aan zelfregulatie en veerkracht ten grondslag? Hoe kunnen opvoedings- en onderwijsomgevingen het beste worden ingericht om zelfregulatie te bevorderen? Wat is de relatie van zelfregulatie met nudging in de omgeving – het bieden van steuntjes in de rug om gewenst gedrag te bevorderen? – Context en relevantie: Veranderingen in economie en samenleving vragen in toenemende mate om zelfregulerende en veerkrachtige individuen, die met verantwoordelijkheidsbesef, volharding en creativiteit in samenwerking met anderen complexe taken aankunnen, tegenslagen en ingrijpende veranderingen kunnen verwerken en die zich nieuwe kennis, vaardigheden en technologieën kunnen toeëigenen. Traditionele benaderingen van cognitieve en emotionele controlesystemen leveren te simpele modellen op die ten onrechte regulatie ‘in’ de persoon leggen (‘sterke wil’, ‘flexibel’, ‘vasthoudend’, ‘leergierig’), terwijl eerder uitgegaan moet worden van een dynamische interactie van persoon en omgeving. Interventies in opvoeding en onderwijs gebaseerd op het traditionele model zijn weinig effectief. Vernieuwing van onze kennis over zelfregulatie en veerkracht kan nieuwe aanknopingspunten bieden voor pedagogiek en didactiek.