Hoe kunnen wij van Islam zoals die wordt geleefd in moslimgemeenschappen een juist en evenwichtig beeld produceren, en dit adequaat reproduceren in ons onderwijssysteem?

Welke verschijningsvormen kennen Islam en moslimgemeenschappen? Zowel in traditionele moslimlanden als in Nederland, zowel in vroeger tijdens vandaag? Twee verschijningsvormen domineren in de hedendaagse beeldvorming. Enerzijds is er een positief beeld van de Islam en de moslimsamenleving waarin morele waarden worden hooggehouden, een beeld dat als model en inspiratiebron dient voor moslims. Anderzijds is er een negatief beeld dat sinds ongeveer twintig jaar in het Westen een prominente rol speelt in politiek, media, en in delen van de wetenschappelijke wereld. De eerstgenoemde verschijningsvorm is aanwezig binnen vele moslimgemeenschappen, de tweede onder groepen van 'Islamcritici', en wordt duidelijk gereflecteerd in de publieke opinie. In werkelijkheid is het spectrum van verschijningsvormen veel breder, diverser en complexer dan deze twee beelden suggereren, zoals internationaal onderzoek onder 'ordinary Muslims' heeft laten zien. Hoe verhouden aanhangers van 'de politieke Islam' als verschijningsvorm zich tot de andere groepen? Hoe fluide zijn de grenzen daartussen? Welke factoren bepalen die verschijningsvormen en hun onderlinge verhouding, en hoe dynamisch en complex is deze? Hoe brengen we dit in kaart, en hoe brengen we dit over in het onderwijs? Dit laatste is van belang om tegenwicht te bieden aan eenzijdige denkbeelden die een voedingsbodem vormen voor discriminatie en radicalisering.