Hoe kunnen we het onderwijs inrichten zodanig dat er generaties opgeleid worden die uitgerust zijn met de kennis en creativiteit om de toenemend complexe problematiek van de relatie tussen de mens en zijn omgeving in goede banen te leiden?

De meeste innovaties uit wetenschappelijke disciplines vinden hun toepassing in de gebouwde omgeving: in woningen, kantoren, fabrieken, bruggen, wegen, vliegvelden en hun installaties. De hoeveelheid aan ontwikkelde innovaties is enorm. Hoe meet en weeg je het belang van een ontwikkeling alvorens deze grootschalig toegepast is en er langdurig ervaring mee is opgedaan? Ontwikkelingen die lange termijn voordelen bieden, die zich uitstrekken voorbij de sterfelijkheidhorizon van individuen, kunnen grote impact op de mensheid hebben. Maar de economie van de vrije markt is (nog) niet ingericht op voordelen en cash flows in een verre toekomst. Alleen grootschalige toepassing gedurende langere tijd kan aantonen of een nieuwe technologie werkt, wat vervolgens de mogelijkheid geeft tot door- en uitontwikkeling en tot optimalisering. Dit vraagt echter om partijen die grootschalige risico’s willen en kunnen dragen, partijen die vooroplopen en sturen. De uitdagingen van vandaag zijn te groot om alleen maar door technische oplossingen beslecht te kunnen worden. Er zal sturing moeten plaatsvinden, naar kennisbehoefte, de ‘fog of information’ over de prestatie van diverse alternatieve innovaties zal moeten optrekken. Innovatie vraagt om toepassing, testen in de praktijk, verwerpen of evolutionair verbeteren. Het vraagt intense samenwerking om technieken en processen verdergaand te integreren en te versimpelen.